Results (1 - 25) of 25

Show results for

Product Type

  • All Product Types
  • Books (25)
  • Magazines & Periodicals
  • Comics
  • Sheet Music
  • Art, Prints & Posters
  • Photographs
  • Maps
  • Manuscripts &
    Paper Collectibles

Refine by

Condition

Binding

Collectible Attributes

  • First Edition
  • Signed
  • Dust Jacket
  • Seller-Supplied Images
  • Not Printed On Demand

Seller Location

  • All Locations

Seller Rating

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 32.79
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Emrik & Binger Haarkem, 1892. Original phototype, 14,6 x 10,6 cm on original mount. Willem Frederik Gerard Nicolaï (Leiden, 20 november 1829 - Den Haag, 25 april 1896) was een Nederlands componist, dirigent en organist. Nicolaï verloor al vroeg zijn ouders en ontving zijn opvoeding in het Lutherse weeshuis in Leiden. Aanvankelijk voor het boekbinden opgeleid, trok hem de muziek meer aan. Hij werd daarom op de muziekschool geplaatst en was aldaar een van de beste leerlingen. Nicolaï studeerde vanaf 1849 orgel, piano en compositie aan de Felix Mendelssohnschool voor muziek en theater te Leipzig, toen nog conservatorium geheten, en was ook een verdienstelijk organist. Verder studeerde hij bij de toen bekende organist Johann Schneider in Dresden. In 1852 kwam hij terug naar Nederland. Een jaar later werd hij leraar voor orgel en muziektheorie aan de toenmalige "Koninklijke Muzykschool" in Den Haag. Verder was hij organist in de Franse kerk in Den Haag. Na Johann Heinrich Lübecks dood werd hij in diens plaats directeur van de "Koninklijke Muzykschool" en bleef in deze functie tot zijn dood in 1896. Willem Nicolaï was redacteur van het muziektijdschrift Caecilia. KEYWORDS:netherlands/photo. Seller Inventory # 60774

More information about this seller | Contact this seller 1.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 12 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Samuel van Milligen (1816 - 1907), composer. KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56970

More information about this seller | Contact this seller 2.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 26 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Willem Frederik Gerard Nicolaï (Leiden, 20 november 1829 - Den Haag, 25 april 1896) was een Nederlands componist, dirigent en organist. Nicolaï verloor al vroeg zijn ouders en ontving zijn opvoeding in het Lutherse weeshuis in Leiden. Aanvankelijk voor het boekbinden opgeleid, trok hem de muziek meer aan. Hij werd daarom op de muziekschool geplaatst en was aldaar een van de beste leerlingen. Nicolaï studeerde vanaf 1849 orgel, piano en compositie aan de Felix Mendelssohnschool voor muziek en theater te Leipzig, toen nog conservatorium geheten, en was ook een verdienstelijk organist. Verder studeerde hij bij de toen bekende organist Johann Schneider in Dresden. n 1852 kwam hij terug naar Nederland. Een jaar later werd hij leraar voor orgel en muziektheorie aan de toenmalige "Koninklijke Muzykschool" in Den Haag. Verder was hij organist in de Franse kerk in Den Haag. Na Johann Heinrich Lübecks dood werd hij in diens plaats directeur van de "Koninklijke Muzykschool" en bleef in deze functie tot zijn dood in 1896. Willem Nicolaï was redacteur van het muziektijdschrift Caecilia. (Wikipedia). KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56965

More information about this seller | Contact this seller 3.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 18 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Johann Gottfried Hendrik Mann (Den Haag, 15 juli 1858 - 10 februari 1904) was een Nederlandse componist, dirigent en pianist. De componist en dirigent Johan Gottfried Hendrik Mann (1858-1904), behoort tot de groep Nederlandse toonkunstenaars die na hun dood totaal in de vergetelheid is geraakt. Als kind vertoonde de op 15 juli 1858 geboren Mann al een grote aanleg voor muziek. Zijn ouders schakelden, nadat hij de eerste beginselen van het pianospel van zijn moeder Geertruida Hieronima van Convent ten Oever (1827-1899) kreeg, Karel Emile Wagner (1825-1889) in om hem op de piano en in de theorie les te geven. Wagner, zelf een niet onverdienstelijke componist, gaf de jonge Gottfried ook compositielessen. De trotse vader Johan Herman Mann (1827-1911) stuurde van zijn nog maar 13-jarige zoon stiekem een aantal composities naar zijn neef, de Duitse dichter Friedrich Emil Rittershaus (1834-1897), die ze vervolgens doorspeelde naar de Duitse componisten Max Bruch, Carl Reinecke en Ferdinand von Hiller. In 1872 schreef Bruch in een brief aan mevrouw Rittershaus: Es hat mich sehr gefreut, die Sonate Ihres jungen holländischen Freundes kennen zu lernen. Nach meiner Ansicht spricht sich ein entschiedenes Talent darin aus, und man darf hoffen, dass der noch so jugendliche Autor bei fortgesetztem Fleiß und unter verständiger Leitung später noch manches Gute leisten wird. Ondanks het feit dat er een paar maal sprake van is geweest dat Gottfried Mann bij Max Bruch in Bonn in de leer zou gaan, is het er niet van gekomen. In hetzelfde jaar kwam de componist en dirigent van het Gewandhausorchester in Leipzig, Carl Reinecke, op bezoek bij de familie Mann. Hij wilde kennismaken met het talent dat hij zag in de nog zo jonge componist. In 1874 werd hij door zijn ouders ingeschreven aan de Koninklijke Muziekschool, het latere Koninklijke Conservatorium, in Den Haag. De directeur Willem Frederik Gerard Nicolaï verzorgde de theorie- en compositielessen, terwijl Gottfried nog een jaar les kreeg van Wagner. Na het eerste jaar stapte hij voor de pianolessen over naar Carel L. W. Wirtz (1843-1935). In 1878 dirigeerde hij een eigen compositie, zijn Ouverture Jan Woutersz, ter afsluiting van zijn studie. Orkestdirectie studeerde Mann weliswaar niet, maar in de 19e eeuw was het niet ongebruikelijk dat componisten hun eigen werken dirigeerden. Orkestervaring deed hij op als altviolist in het orkest van het Théâtre Royal Français de La Haye in Den Haag. Toen Mann in 1878 de Koninklijke Muziekschool verliet adviseerde directeur Nicolaï hem om niet naar een ander Conservatorium te gaan, maar een reis naar het buitenland te maken. Zijn reis begon in Duitsland en in het najaar van 1879 vertrok Mann naar Parijs. Hoewel zijn muziek sterk onder invloed van de grote Duitse componisten bleef staan, raakte hij toch gefascineerd door de moderne Franse school. In Parijs leerde hij onder andere Camille Saint-Saëns, Léo Delibes en Jules Massenet kennen. Alle drie collega s waren van dezelfde leeftijd en een generatie ouder dan Mann. In 1882 werd Mann benoemd tot dirigent van het pas opgerichte Amsterdamse orkest de Vereenigde Toonkunstenaren. Na de ontbinding van dit orkest in 1883, maakte Mann de overstap naar de net nieuw gebouwde Parkschouwburg. Deze schouwburg kreeg een nieuw orkest, het Nieuwe Parkorkest, dat naast Gottfried Mann onder leiding kwam te staan van Willem Kes. In 1884, nadat Kes met ruzie met de directie was vertrokken, componeerde Mann zijn balletsuite De droom van den Klokkenluider die meer dan 70 opvoeringen beleefde voor volle zalen. In slechts vier weken tijd had hij de muziek voor dit ballet geschreven. In december 1884 ging zijn juist voltooide Symfonie in d kleine terts opus 87, die hij aan Jules Massenet had opgedragen, in première. De Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst bekroonde de symfonie met een erepremie van vijf dukaten. In de zomer van 1885 componeerde Mann zijn klarinetconcert dat hij aan de beroemde Nederlandse klarinettist Christiaan Kriens opdroeg. In november ging het concert waarschijnlijk al in première, want het Leidsch Dagblad meldt dat de heer Graff in Leipzig zijn klarinetconcert zal uitvoeren. Of het concert toen ook al in druk is verschenen is niet bekend. Mogelijk werden de partijen eerst met de hand uitgeschreven, die dan later werden gebruikt om de druk er van te maken. Op hetzelfde concert zou ook zijn symfonie worden uitgevoerd. De Parkschouwburg was in het voorjaar failliet gegaan, en Mann was weer naar zijn geboortestad Den Haag teruggekeerd. Tot ieders verbazing solliciteerde Mann op de vacature van kapelmeester van het Stafmuziekkorps van het 4e Regiment Infanterie en na een vergelijkend examen werd hij uit een twintigtal kandidaten gekozen. Zijn naaste omgeving vreesde echter dat hij met deze benoeming zijn talenten te grabbel zou gooien. Onder hen was de dirigent Willem Stumpff die zijn eerste composities in Amsterdam in première had gebracht. Stumpff schreef hem dat hij als belangstellende in zijn talent hem moest afraden bij een militair corps te gaan, tenzij dat de Grenadiers of het Schutterijcorps te Rotterdam ware. In den regel zijn die corpsen zóó min dat ik het voor uwe gaven bejammeren zou, indien gij daaronder te loor gingt. In 1887 benaderde het Bestuur van Sempre Crescendo, het studentenorkest van de Universiteit van Leiden, Gottfried Mann, om het orkest weer uit het slop te halen. Mann ging deze uitdaging aan, en binnen heel korte tijd wist hij de harten van de musici te winnen. Het orkest maakte daarna een ongekende bloei door. Hij kende vele goede musici en haalde beroemde collega s naar Leiden om als solist met het orkest op te komen treden. Eén van de hoogtepunten is 1897 geweest waar het orkest het vijfd. Seller Inventory # 56964

More information about this seller | Contact this seller 4.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 24 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Franciscus Hendrikus Coenen (Rotterdam, 26 april 1826 - Leiden, 24 januari 1904), bekend als Frans Coenen (senior), was een Nederlandse componist, violist en conservatoriumdirecteur. Zijn tweede zoon (en derde kind) was de schrijver Frans Coenen (junior) (1866-1936). Frans Coenen kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader Louis, die organist was van de Rotterdamse Grote of Sint-Laurenskerk en tevens vioolbouwer. Als 12-jarige maakte Frans zijn openbare debuut als violist en twee jaar later werd zijn eerste compositie uitgevoerd, een Mis die daarna nog vaker ten gehore is gebracht. Hij studeerde in Stuttgart bij Bernhardt Molique en in Brussel bij Henri Vieuxtemps en vestigde zich in 1843 als zelfstandig muziekleraar in Rotterdam. Als violist maakte hij met de pianisten Henri Herz en Ernst Lübeck enkele succesvolle concertreizen door de VS, Mexico en Zuid-Amerika. In 1855, het jaar waarin hij huwde met Anna Maria van El, vestigde hij zich in Amsterdam en werd daar concertmeester van o.a. Felix Meritis, de Maatschappij Caecilia en Toonkunst. Daarnaast speelde hij veel kamermuziek, o.a. in de Amsterdamsche Quartetvereeniging, waarin hij Johannes van Bree als eerste violist was opgevolgd. Vanaf 1877 richtte zijn carrière zich vooral op muziekonderwijs, toen hij directeur werd van de Muziekschool van Toonkunst in Amsterdam. In 1884 werd hij de eerste directeur van het Amsterdamsch Conservatorium, dat hij in dat jaar samen met Daniël de Lange, Julius Röntgen en Johannes Messchaert had opgericht. Van zijn zeventigste jaar tot zijn dood leidde Coenen een teruggetrokken bestaan. Hij had de eretitel van Soloviolist van koning Willem III en was erelid van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst. Op zijn graf op de begraafplaats Groenesteeg in Leiden werd in 1905 als monument een kleine obelisk geplaatst van de kunstenares Thérèse van Hall. Frans Coenen componeerde vele werken voor viool (o.a. een sonate), een kwintet voor piano, fluit, klarinet, fagot en hoorn, een strijkkwartet, een pianotrio, de cantates Albrecht Beiling (op tekst van J.P. Heije) en De Stem der Zee, een arioso Elia op Horeb, Maria Magdalena voor zangstem en diverse koorwerken, o.a. de bovengenoemde Mis, Psalm 22 en Psalm 23. Een lied waarvoor hij de muziek schreef ('In het groene loover zit een vogelijn', tekst: J.P. Heije) werd opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. (Wikipedia). KEYWORDS:netherlands/photo. Seller Inventory # 56958

More information about this seller | Contact this seller 5.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 10 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Henderik Albert Meyroos (1830- .). KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56966

More information about this seller | Contact this seller 6.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 26 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Peter Benoit (17 August 1834 - 8 March 1901), was a Flemish composer. Petrus Leonardus Leopoldus Benoit was born in Harelbeke, Flanders in 1834. He was taught music at an early age by his father and the village organist. In 1851 Benoit entered the Brussels Conservatoire, where he remained till 1855, studying primarily with FJ Fétis. During this period he composed music to many melodramas, and to the opera Le Village dans les montagnes for the Park Theatre, of which in 1856 he became the resident conductor. In 1857 he won the Belgian Prix de Rome for his cantata Le Meurtre d'Abel. The accompanying money grant enabled him to travel through Germany. In the course of his journings he found time to write a considerable amount of music, as well as an essay called L'École de musique flamande et son avenir. loudly praised his Messe solennelle, which Benoit composed in Brussels on his return from Germany. In 1861 he visited Paris for the production of his opera Le Roi des Aulnes ("The Erl King"), which, though accepted by the Théâtre Lyrique, was never performed. (He also composed a work for piano and orchestra called Le Roi des Aulnes.) While there he conducted at the Théâtre des Bouffes Parisiens. Again returning home, he astonished the musical community with the production in Antwerp of a sacred tetralogy, consisting of his Cantate de Noël, the above-mentioned Mass, a Te Deum and a Requiem, in which were embodied to a large extent his theories about Flemish music. Benoit passionately pursued the founding of an entirely separate Flemish school, and to that purpose even changed his name from the French "Pierre" to the Dutch equivalent "Peter". Through prodigious effort he succeeded in gathering a small group of enthusiasts who recognized with him the potential for a Flemish school that would differ completely from the French and German schools. However these intentions failed, as the school's faith was tied too closely to Benoit's music, which was hardly more Flemish than it was French or German. Benoit's most important compositions include the Flemish oratorios De Schelde (The river Scheldt) and Lucifer (which met complete failure when it was staged in London in 1888), the operas Het Dorp in 't Gebergte (The village in the mountains) and Isa, and the Drama Christi, a huge body of songs, choruses, small cantatas and motets. Benoit also wrote a great number of essays on musical matters. He also composed a Flute Concerto (Symphonic Tale), Op. 43a, and a Piano Concerto (Symphonic Tale), Op. 43b. He died in Antwerp on 8 March 1901, aged 66. (Wikipedia). KEYWORDS:belgium/photo/netherlands. Seller Inventory # 56963

More information about this seller | Contact this seller 7.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 8 pages text by Henri Viotta, folio, modern wrappers. Hendrik (Henri) Bosmans (1856-1896). - Younger brother of Jacobus, who inherited also the musical talent from his parents and grandparents Gerrit and Christina. - Hendrik (Henri) Bosmans was known as a very able cellist. In his youth he was a pupil of J.Giese at the Royal Conservatory at The Hague. At the time of his marriage to Sara Benedicts, Henri was 2nd concertmaster of the Orchestre of Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. Henri and Sara knew each other for years and had formed a trio with violinist Willem Kes, Sara on the grand piano and Henri at the cello. A concert by them on 15th January showed up in their cashbooks telling us how well they did financially. Over 100 guilders they earned that week compare that with a wage of a tradesman of 6 guilders a week. Back in 1884, Henri got to know the Norwegian composer Edvard Grieg. Together they played his Cello Sonata op.36 Sara came from a very large and musical family herself, both her parents were Jewish. Her father Benedictus Benedicts earned his living by giving violin lessons and from him, Sara received her first piano lessons. At the age of 15 she gained a distinction from King Willem III that allowed her to study abroad. The King would have liked to see his protégé travel to Rome, to be under the care of no other than, Franz Liszt, but her parents thought that was a little too far from their sight and instead send her to Cologne to study under James Kwast and Ferdinand Hiller. Sara grew into a brilliant pianist and at one stage played quatre-mains with Johannes Brahms. KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56973

More information about this seller | Contact this seller 8.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 12 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Joseph Hubert Cramer (1844-1899) was een Nederlands violist en concertmeester. Cramer trok als kind al door zijn muzikale aanleg de aandacht; op twaalfjarig leeftijd speelde hij op een concert in Felix Meritis het 8ste vioolconcert van Louis Spohr en de Fantasie van Henri Vieuxtemps. Hij studeerde toen onder leiding van Johannes van Bree; later werd Henry Léonard in Brussel zijn leermeester en daarna voltooide hij zijn studie in Leipzig onder vioolmeester Ferdinand Daviid. Cramer verbleef nu een tijd lang te Weimar in de kring van Franz Liszt, keerde in 1861 naar Nederland terug en vestigde zich te Groningen. Toen in Amsterdam het Paleis voor Volksvlijt werd geopend volgde zijn aanstelling tot concertmeester aldaar. (Wikipedia). - CRAMER (Joseph Hubert), geb. 29 Febr. 1844 te Wageningen, overl. 31 Aug. 1899 te Bad Elster (Saksen) ontving op zeer jeugdigen leeftijd te Amsterdam het eerste vioolonderricht, en wel achtereenvolgens van: Rode, Lautenbach en Gravestein. Daarna, van 1853-56, kwam de jonge violist bij van Bree in de leer. Reeds op zijn twaalfde jaar trad Cramer op als solist op een concert van Felix Meritis; in Utrecht, in de studentenvereeniging Mutua Fides , droeg hij het 8ste vioolconcert van Spohr en de Fantaisie-Caprice van Vieuxtemps voor. In 1857 ging hij, vergezeld van zijn ouders, naar Brussel, waar hij aan de leiding van Hubert Léonard werd toevertrouwd. Daarna begaf hij zich naar Leipzig, waar hij onder Ferdinand David, een leerling van Spohr, zijn studiën voltooide. Eenige malen trad hij, met veel succes als solist op. Tot 1860 vertoefde Cramer te Weimar, waar hij aan Liszt werd voorgesteld en zich in diens bijzondere gunst mocht verheugen. Door hem werd hij ten hove aldaar geïntroduceerd, waar hij zich herhaaldelijk liet hooren. Alvorens zich in zijn vaderland te vestigen, vertoefde Cramer drie maanden te Londen, waar hij op een Saturday Concert optrad. In 1862 werd hij tot concertmeester bij het groningsche orkest benoemd, maar reeds na twee jaar vertrok hij naar Amsterdam. Door Frans Coenen werd hij aangezocht deel uit te maken van diens strijkkwartetvereeniging. In den winter van 1865 werd hij tot eersten violist-concertmeester van het symphonie-orkest van het Paleis voor Volksvlijt benoemd, welke betrekking hij tot 1890 bekleedde. In 1877, toen Frans Coenen zich als concertmeester terugtrok, kwam hij in diens plaats bij de orkesten van Caecilia en Felix Meritis; eveneens verving hij Coenen als leider der kwartetuitvoeringen. Cramer behoort tot de oprichters van het conservatorium (1883), waaraan hij hoofdleeraar voor viool werd. Eenige jaren later werd hij leeraar aan de muziekschool van Toonkunst . Geruimen tijd (sinds 1883) was hij concertmeester van de uitvoeringen der Wagner-vereeniging en gedurende eenige jaren werkte hij mee in het orkest bij de Festspiele te Bayreuth. Den 30sten Dec. 1901 werd op zijn graf een gedenkteeken onthuld. (Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW). KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56967

More information about this seller | Contact this seller 9.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 10 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Carel Lodewijk Willem Wirtz (1843-1935) Carel Wirtz is geboren in De Haag en ontving zijn eerste muziekonderwijs van zijn vader Friedrich Wirtz, leraar aan de Koninklijke Muziek- en Zangschool. Hij vervolgde zijn opleiding in Den Haag bij Johann Lübeck, Charles van der Does en Willem Nicolai. Al op jonge leeftijd trad Wirtz op in het openbaar; in 1857 werd hij aangesteld als organist van de St. Jacobskerk. In het volgende jaar volgde hij zijn vader op als docent, en in 1874 zijn leraar Van der Does. Daarnaast leidde hij het koor van de St. Jacobskerk, en was een aantal jaren verbonden als docent aan de Toonkunst-Muziekschool in Utrecht. Als componist schreef Wirtz voornamelijk religieuze koorwerken. (Nederlands Muziek Instituut). KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56972

More information about this seller | Contact this seller 10.

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 24 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Marius Adrianus Brandts Buijs sr. (Deventer, 13 oktober 1840 - Eerbeek, 13 januari 1911) was een Nederlandse organist en musicus. Hij was de zoon van Cornelis Alijander Brandts Buys en Johanna Wilhelmina Bosch Morison. Hij groeide op in een bij uitstek muzikale familie van organisten en componisten (van vooral protestantse kerkmuziek). Zijn vader Cornelis Alijander was organist in de Lebuïnuskerk te Deventer en dirigent van diverse plaatselijke koren. Ook zijn jongere broers Ludwig Felix en Henri François Robert zouden een carrière in de muziek kiezen. Marius werd zelf eerst organist in Franeker en werd in 1864 benoemd tot organist en beiaardier te Zutphen, hij was daar tevens dirigent, alsmede in Deventer en componeerde daarnaast veel kleinere liederen, koorwerkjes, kinderliederen en werken voor orgel en klavier. In 1873 richtte hij het Toonkunstkoor in Zutphen op, waar zijn broer Ludwig Felix als eerste op zou treden als dirigent vanwege een ziekbed van Marius. Marius' huis aan de Zutphense Zaadmarkt stond open voor reizende kunstenaars die de stad bezochten. Zo kwamen Henryk Wieniawski, Edvard Grieg, Richard Hol en Johan Wagenaar wel eens over de vloer. Een lied van zijn hand werd opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. De eerste regels luiden: 'Hoû zee, hoû zee, hoû moedig zee!'. Op 20 november 1867 trouwde hij in Zutphen met Susanna Catharina Quanjer. Ze kregen zeven kinderen, van wie de zonen Jan en Marius Adrianus jr. ook de familietraditie in muziek zouden voortzetten. Zijn vriendschap met Grieg bleek later erg bevorderlijk voor de carrière van zijn oudste zoon Jan die de bekendste componist uit deze familie zou worden. - - - Ludwig Felix Willem Cornelis Brandts Buijs (Deventer, 20 november 1847 - Velp, 29 juni 1917) was een Nederlandse componist, organist en dirigent. Ludwig Felix is de zoon van Cornelis Alijander Brandts Buys en Johanna Wilhelmina Bosch Morison. Hij was de eerste die vernoemd zou worden naar bekende componisten. In zijn geval Ludwig van Beethoven en Felix Mendelssohn, beiden idolen van zijn vader. De familie Brandts Buys is bekend om zijn vele organisten, dirigenten en componisten. Zijn oudere broer Marius Adrianus en zijn jongere broer Henri François Robert kozen ook een dergelijk beroep. Ludwig Felix trouwde op 18 juni 1877 in Gorssel met Pauline Hendrika Elisabeth Hesselink. Ze kregen vier kinderen, van wie de oudste Johann Sebastian een befaamd etnomusicoloog werd. - Net als zijn broers werd Ludwig Felix door zijn vader opgeleid in de muziek. Hij leerde hen zingen en het bespelen van piano en orgel. Ludwig Felix ontving vioollessen van de violist Frans Stroober. Hij bracht zijn spel vaak openbaar ten gehore bij de concerten van zijn broer Marius, bij wie hij in de periode van 1868 tot 1874 in huis woonde. In die tijd viel hij vaak in voor Marius als organist en beiaardier. Toen Marius in 1873 het Toonkunstkoor te Zutphen oprichtte, kon hijzelf niet optreden als dirigent vanwege ziekte. Ludwig Felix viel in als eerste dirigent van dit nieuwe koor. In 1874 vertrok Ludwig Felix naar Rotterdam en werd daar organist in de Waalse kerk. Nationale bekendheid kreeg hij als dirigent van het Liedertafel Rotte's Mannenkoor, dat hij van 1874 tot 1891 dirigeerde. Daarnaast was hij dirigent van gemengd koor Euphonia en van 1877 tot 1899 ook van het Toonkunstkoor van Schiedam. In 1883 werd hij zangleraar aan de Rotterdamse Toonkunst muziekschool, waar hij later ook orgelleraar werd. In 1907 verhuisde hij naar Velp waarna hij het toonkunstkoor van Zutphen van 1909 tot 1912 weer zou leiden. Zijn bekendste compositie is Mijne Moedertaal uit 1874. Zijn lied Naastenliefde, met de beginregel 'Laat af van 't strijden, volk'ren, ontaard' (tekstdichter onbekend), werd opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. - - - Cornelis Alijander Brandts, later Brandts Buijs (Zaltbommel, 3 maart 1812 - Deventer, 18 november 1890) was een Nederlandse dirigent en organist. Daarnaast is hij de stamvader van de muzikale familie Brandts Buys. Hij was de natuurlijke zoon van Cornelis Buijs Corneliszoon (1757-1831) en Alijda Brandts (1777-1848). Zij huwden in 1825. Cornelis' vader was organist, beiaardier (klokkenist) en muziekleraar in Zaltbommel. Al vrij vroeg kreeg Cornelis Alijander van hem orgel-, piano- en vioollessen. Sinds 1828 nam hij regelmatig de orgeldiensten waar en in 1834 volgde hij zijn vader op. Op 1 september 1840 werd hij organist van de Lebuïnuskerk te Deventer. Vrijwel direct daarna begon hij met het organiseren van vocale en instrumentale concerten ten eigen bate, waarin hij als pianosolist optrad. Vanaf 1845 trad hij op als dirigent, en in 1851 werd hij voor vast tot orchestdirecteur benoemd, een functie die hij tot 1886 behield. Ook als koordirigent was Brandts Buys actief. Van 1841 tot 1873 leidde hij verschillende koren, waarvan onder anderen het Deventer Mannenkoor en het Toonkunstkoor Swellingh. Op 4 maart 1849 werd Brandts Buys de eerste directeur van de muziekschool. Hij gaf kinderen uit de lagere standen zang- en theorielessen om ze voor te bereiden op instrumentale lessen ten dienste van het muziekkorps en vanaf 1858 schoolde hij ook de stemmen van volwassenen. Cornelis was tevens hofpianist van koning Willem III, voor hem moest hij steeds de nieuwste muziek voorspelen. In 1886 legde hij alle werkzaamheden aan de muziekschool neer. In hetzelfde jaar stopte hij met zijn functie van stadsklokkenist, die hij sinds 1853 had bekleed. Organist bleef hij tot aan zijn overlijden op 18 november 1890. Hi. Seller Inventory # 56977

More information about this seller | Contact this seller 11.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 12 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Anton Averkamp (18. Februar 1861 in Cabauw in der Provinz Utrecht; - 1. Juni 1934 in Bussum) war ein niederländischer Chorleiter und Komponist. - Anton Averkamp wuchs in Amsterdam auf. Er absolvierte eine kaufmännische Ausbildung. 1879 wurde er Schüler von Daniël de Lange für Klavier und Musiktheorie. Ab 1883 studierte er bei Friedrich Kiel an der Berliner Hochschule. Ein Jahr später wechselte er nach München und setzte sein Studium bei Josef Gabriel Rheinberger fort. 1886 kehrte er nach Amsterdam zurück. Er fand eine Anstellung an der Musikschule als Lehrer für Solo- und Chorgesang. Gleichzeitig nahm er selbst zwei Jahre Gesangsunterricht bei Johan Messchaert. Ihm schwebte die Wiederbelebung der Renaissance- Polyphonie vor. 1890 gründete er einen a cappella-Chor von internationalem Ruf, mit dem er mehrstimmige Musik des 15. und 16. Jahrhunderts aufführte. Von 1898 bis 1910 war er außerdem als Kritiker für das Wochenblatt De Amsterdammer (heute De Groene Amsterdammer) tätig. 1903 eröffnete er eine eigene Gesangsschule. Von 1919 bis 1933 wirkte er als Direktor der Utrechter Musikschule Mattschappij tot Bevordering der Toonkunst in der Nachfolge von Johan Wagenaar. (Wikipedia). KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56971

More information about this seller | Contact this seller 12.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 20 pages text by Henri Viotta, musical notes, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Henricus Anastasius (Henri) Viotta (Amsterdam, 16 juli 1848 - Montreux, 17 februari 1933) was een Nederlands componist, advocaat en oprichter van het Residentie Orkest. Viotta kwam uit een muzikaal gezin. Zijn vader, de arts-musicus J.J. Viotta, was de componist van vele nu nog steeds bekende liedjes op teksten van J.P. Heije. Hij ontving eerst muziekonderwijs van zijn vader, bezocht daarnaast de muziekschool van Wilhelmus Smits en hield zich al vroeg bezig met de studie van opera's. Toen hij tien was hoorde hij voor het eerst Tannhäuser van Richard Wagner en dit maakte diepe indruk. Viotta ging muziekles geven, maar na een jaar schreef hij zich in aan de Rijksuniversiteit Leiden om rechtsgeleerdheid te gaan studeren. Hij leidde tijdens zijn studie onder meer een uitvoering van de door hem gecomponeerde Mis en componeerde de Feestmars voor een lustrum van de Universiteit. In 1876 bezocht Viotta het eerste Bühnenfestspiel in Bayreuth en zag daar Der Ring des Nibelungen, wat leidde tot een uitvoerig opstel over Wagner in De Gids. Hij zette zijn studie voort en promoveerde in 1877 op de dissertatie Het auteursrecht van de componist. Viotta schreef nu het muziekdrama De zeven raven. Alleen het Voorspel en een Hochzeitsmars zijn hiervan bewaard gebleven. In 1878 werd hij, nadat hij een der Concerten van de Vereniging Amstels Mannenkoor had gedirigeerd, aangezocht om ook verder de functie van directeur van deze vereniging op zich te nemen. Viotta bleef echter bij zijn besluit om de kunst uitsluitend als liefhebberij uit te oefenen en liet zich als advocaat in Amsterdam inschrijven. Daarnaast publiceerde hij muzikale verslagen in het dagblad Het Noorden, later in de Amsterdamse Courant. Viotta publiceerde ook opstellen in De Gids en Caecilia en werd benaderd door de uitgevers Boothaan en Bührman om een Lexicon der Toonkunst te bewerken (1879-1883). Naar aanleiding van de dood van Wagner, op 13 februari 1883, schreef hij de biografie Richard Wagner, zijn leven en zijne werken. In datzelfde jaar richtte hij de Wagner-vereniging op, waarvan hij directeur werd. Het doel van de vereniging was de werken van de nieuwe Duitse School, in het bijzonder die van Wagner en Franz Liszt en ook enkele werken van Hector Berlioz, bij de muziekliefhebbers bekend te maken. In de Nederlandse muziekwereld van die dagen, die gedomineerd door een conservatieve componist als Johannes Verhulst, was Viotta een pionier voor de nieuwe muziek. In 1886 werd Viotta gekozen tot directeur van de zangvereniging Excelsior. Onder zijn leiding werden de werken van Berlioz La Damnation de Faust, Messe des Morts, Roméo et Juliette, van Vincent d'Indy Le chant de la cloche en van Peter Benoit Lucifer, enz. opgevoerd. In 1889 werd Viotta gekozen tot directeur der Maatschappij Caecilia. In dat jaar richtte hij ook het Maandblad voor Muziek op, waarin hij de denkbeelden van de nieuwe kunst in het algemeen en de denkbeelden van Wagner in het bijzonder ingang trachtte te doen vinden. Daarnaast werd hij muzikaal medewerker van De Telegraaf en trad hij op als vaste medewerker van De Gids. In 1892 verscheen Over hedendaagse toonkunstenaars (bij Holkema en Warendorf). Viotta was van 1896 tot 1919 directeur van het Koninklijk Conservatorium en was in 1904 de oprichter van het Residentie Orkest, waarvan hij dirigent en directeur was tot 1917. In 1920 vestigde Viotta zich in Clarens in Zwitserland. Later verhuisde hij naar Montreux, waar hij in 1933 stierf. (Wikipedia). KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56978

More information about this seller | Contact this seller 13.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 4 pages text by Henri Viotta, folio, modern wrappers. Christiaan Timmner (1859-1932), violist Concertgebouw te Amsterdam. KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56974

More information about this seller | Contact this seller 14.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 12 pages text by Henri Viotta, with musical notes, folio, modern wrappers. Johannes Hendrikus Bekker (1826-1907), 5 Jan 1826 in Winschoten, Groningen, NL,4 wohnte 1836 in 's-Gravenhage, Zuit Holland, NL, wohnte 1847 - 1851 in Meppel, Drenthe, NL,11,13 wohnte in Groningen, Groningen, NL, 16 Mai 1905 Pelsterstraat 31,13 vor 1907 Heerestraat 33a,13 - 5 Jan 1907 in Groningen, Groningen, NL,11 1836 Lehrling für Geige, Klavier, Gesang und Harmonielehre in der Königlichen Musikschule, 1847 Organist, 1848 - 1851 Musikdirektor, 1867 Dirigent der Groningse Orkestvereniging,14 1869 Direktor der Vereinigung "Harmonie", 1898 Ruhestand. Erster Musikunterricht (Geige) in Middelburg, trat als 9jähriger als Solist auf. Spielte in der Kapelle Willems II. und als Solist im "Französischen Opern Orchester". Lernte Orgel. - In 1877 werd door de befaamde dirigent van de toenmalige Groninger Orkest Vereniging, de heer J.H. Bekker, een 'gemengde zangvereniging' opgericht als concertkoor van het orkest. Dit koor stond algemeen bekend als het koor van Bekker en heeft deze naam vervolgens overgenomen.15. Toen de ouders in 1830 naar Middelburg verhuisden, ontving de knaap daar zijn eerste muziekonderwijs en maakte zulke vorderingen in vioolspel, dat hij op zijn 9e jaar als solist optrad. Door kunstvrienden gesteund, kwam hij in 't volgende jaar als leerling aan de Kon. muziekschool te 's Hage voor piano, viool, zang en harmonie-leer. Daarna mocht hij in de kapel van Z. M. Willem II meespelen en werd later solist bij het Fransche opera-orkest. Ook leerde hij toen orgel spelen. In 1848 werd hij muziekdirecteur te Meppel, waar hij tot 1851 bleef. Vandaar ging hij naar Gouda, als sted. muziekdirecteur, waar het muziekleven onder zijn leiding tot grooten bloei kwam. In 1869 werd hij benoemd tot directeur van de Vereeniging "Harmonie" te Groningen (na vertrek van C. Eisner). [De directeuren van "Harmonie" waren achtereenvolgens M. Hageman (1853-65), Carl Eisner (1865-6), J. H. Bekker (1869-97), M. H. van 't Kruys (1897-1905), P. G. van Anrooy (1905-10), Kor Kuiler (1910- )]. In den loop der jaren wist hij gedaan te krijgen, dat de bezetting van dit orkest werd uitgebreid en ook, dat het gehalte verbeterd werd. Tal van werken heeft hij voor zijn orkest gecomponeerd en gearrangeerd. Ook bewerkte Bekker dat de beste leden van het orkest tot leeraars aan de muziekschool werden geplaatst, welke school eveneens onder zijn leiding stond. Een schoone daad van Bekker was het stichten van een pensioenfonds voor het orkest, daarin bijgestaan door den President van "Harmonie", den heer G. Wouters Jr. Bekker stond ruim 30 jaar aan het hoofd van het muzikale leven in het Noorden. Hij organiseerde er de groote muziekfeesten, stand aan het hoofd van een zangvereeniging (later "J. H. Bekker" gedoopt) te Groningen, alsmede van de liedertafel "Gruno" aldaar en van de zangvereeniging "Concordia" te Leeuwarden, staande onder het patronaat van Jhr. Mr. Boelens van Eysinga. In 1898 nam hij een welverdiende rust. Zijn laatste werk van beteekenis was een "Suite", in Groningen menigmaal uitgevoerd. KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56975

More information about this seller | Contact this seller 15.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 20 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Johan Conradus Boers werd geboren op 4 augustus 1812 te Nijmegen. Hij overleed op 1 november 1896 in Delft. Hij studeerde viool, fluit en muziektheorie aan de Koninklijke Muziekschool in Den Haag. Als violist werkte hij bij de Hofkapel in Den Haag en het Theaterorkest in Rotterdam. Na enkele jaren in Parijs en Metz te hebben gewerkt vestigde hij zich als koordirigent in Nijmegen. In 1852 werd hij benoemd tot stadsmuziekdirecteur te Delft. Hij had een omvangrijke collectie oude en zeldzame muziekinstrumenten, die nu in het Haags Gemeentemuseum berust. Jan Conradus Boers maakte verschillende bewerkingen voor harmonieorkest van klassieke composities. Daarnaast schreef hij koormuziek (o.a. het oratorium Radboud en Psalm 128), ouvertures, een Symphonie en liederen. KEYWORDS:netherlands/photo. Seller Inventory # 56961

More information about this seller | Contact this seller 16.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 20 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Julius Engelbert Röntgen (9 May 1855 -13 September 1932) was a German-Dutch composer of classical music. KEYWORDS:netherlands/germany/photo. Seller Inventory # 56962

More information about this seller | Contact this seller 17.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 8 pages text by Henri Viotta, with musical notes, folio, modern wrappers. Willem de Haan (1849- ????), Hofkapellmeister in Darmstadt. KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56976

More information about this seller | Contact this seller 18.

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 20 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Johan Messchaert (22 August 1857 - 9 September 1922) was a Dutch baritone singer and vocal pedagogue. Messchaert was born as Johannes Martinus Messchaert in Hoorn, Netherlands. He was known for his rendering of the role of Christ in Bach's St Matthew Passion, and he sang the bass role at the 18 May 1902 Dusseldorf performance of Edward Elgar's The Dream of Gerontius under the direction of Julius Buths and alongside Muriel Foster. He later founded his own conservatoire in Amsterdam. He died in Küssnacht, Switzerland in 1922, aged 65. (Wikipedia). KEYWORDS:netherlands/photo. Seller Inventory # 56957

More information about this seller | Contact this seller 19.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 12 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Bernard Zweers (born Bernardus Josephus Wilhelmus Zweers) (Amsterdam, May 18, 1854 - Amsterdam, December 9, 1924)[1] was a Dutch composer and music teacher. Bernard Zweers was born in 1854 as the son of an Amsterdam book- and music shopkeeper. Although his father was an amateur singer, he strongly disapproved of his son s musical interests, expecting him to follow him in the family business. Being fundamentally self-taught, he had some minor musical successes before his parents finally approved and sent him to study with Salomon Jadassohn in Leipzig in 1881-1883. Of crucial importance to Zweers' musical education was his first exposure to the work of Richard Wagner when he was present at the Berlin premiere of the Ring des Nibelungen, in 1881: I, who never ventured farther than Nijmegen and who had never heard even a normal opera before, I was in Berlin, listening to Wagner's Ring! . and I returned a full-blooded Wagnerian. After his return, he became active in Dutch musical life and took on various appointments, including the conductorship of various choirs. However, due to deterioration of his hearing abilities and his own wish to concentrate on teaching, he relinquished most of these. From 1895 to 1922 he was head of teaching and composition at the Amsterdam conservatory but rather than impose his own music on his pupils, he left them the freedom to develop their own style - a break with the policies of his predecessor Johannes Verhulst. He became a highly-esteemed, even revered teacher to a whole generation of Dutch composers. Aside from his didactic abilities, Zweers was renowned for his sense of humour. At one meeting of the Dutch Musicians Association (Nederlandse Toonkunstenaars Vereeniging), Zweers Second Symphony was programmed along with Huyschenruyter s Concert Overture. Just before the concert, Huyschenruyter approached Zweers to tell him how much he d enjoyed his symphony (in rehearsal). After a moment s silence, Zweers responded: "Sir, I have not heard your overture, but I am certain that my symphony is on a higher level". Dumbstruck by this display of artist s arrogance, Huyschenruyter stood silent until Zweers burst out laughing: "Of course, because your overture is in D, and my symphony is written in E flat!". In 1907, the Leyden professor Pieter Blok published the last part of his History of the Dutch People, dedicated to the arts. However, he totally ignored music, claiming Dutch music did not possess any national character . The composer Johan Wagenaar published a rebuttal, in which he claimed that true Dutch music could be characterised by a simple, spirited or firm melody, by a sense of the cosy and quietly sensitive, a sharp rhythm and, finally, a sense of humour . Wagenaar named two works as an example: Peter van Anrooy s Piet Hein Rhapsody, an orchestral pot-boiler based on a popular song about the seventeenth century Dutch naval hero Piet Hein and Bernard Zweers Third Symphony, subtitled To My Fatherland . Indeed, Zweers could be said to be the most overtly nationalistic of all Dutch composers. Not in the sense that, like so many other European composers, he based his music exclusively on folk music, but more in his exploitation of national themes. However, there is a strange dichotomy in Zweers ideas about music. On the one hand, he strived to develop a specifically Dutch brand of music, free from foreign influence. For instance, his vocal music only employs Dutch-language texts, and when it has a programme, that is frequently inspired by Dutch themes: Rembrandt, Vondel s Gijsbrecht van Aemstel, Dutch landscapes, and so forth. His aim was the greater good of Dutch art, because "Never will art get a foothold with a people, when it uses a foreign language in song, or when it takes in art by means of foreign tongues". On the other hand, the German influences in his music are undeniable. His Second Symphony is thoroughly Wagnerian; his Third gave him the epithet the Dutch Bruckner . One cannot imagine Zweers much appreciating that honour (and it really is undeserved as well, since the only Brucknerian thing about the work is its length). That Third Symphony (1887-1889) was to become by far Zweers most famous work. Its large scale prohibited it from being performed very often and made publication expensive (the publisher A.A. Noske experienced a great loss as sales were poor), but the work was, and is, regarded as a milestone in the development of Dutch music, combining folk tunes with a lyrical description of Dutch landscapes. It was therefore unavoidable that Wagenaar should use it as an example of typical Dutch music. (Wikipedia). KEYWORDS:photo/netherlands. Seller Inventory # 56968

More information about this seller | Contact this seller 20.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 24 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, original illustrated wrappers by K. Sluyterman. Richard Hol (Amsterdam, 23 July 1825 - Utrecht, 14 May 1904) was a Dutch composer and conductor, based for most of his career at Utrecht. His conservative music showed the influence of Ludwig van Beethoven, Felix Mendelssohn, and Robert Schumann and the Leipzig school, though as a conductor he offered Dutch audiences the more revolutionary music of Hector Berlioz and Richard Wagner. Richard Hol followed a course in piano under Jan George Bertelman at the royal conservatory of Amsterdam; after his graduation in 1844 he made a living as piano accompanist. In part on the basis of his choral compositions he was appointed director of the Amsterdamse Toonkunstkoor in 1857. In 1862, when Johannes Verhulst was appointed to the position, Hol removed to Utrecht, where he came to occupy the center of musical life, taking up the post of Ferdinand Kufferath in directing the city concerts (stadsconcerten) and the Utrecht Toonkunstkoor for the remainder of his life. In addition he was organist at the cathedral, 1869-1888. From 1875 he served as director of the Stedelijke Muziekschool at Utrecht, teaching music theory and history himself. Among his prominent pupils were Johan Wagenaar, who succeeded him as teacher and cathedral organist, and Catharina van Rennes. In his last years Hol published pieces in numerous journals and served from 1894 until his death as editor of the organ journal Het Orgel. When the Nederlandsche Toonkunstenaars-Vereeniging was founded in 1875, he served as its first director. Among the many decorations he received was his appointment in 1875 as a corresponding member of the Académie française. He composed an anthem for Transvaal, in use until the British occupied it in 1887. His posthumous reputation remained largely confined to Dutch audiences and choral singing groups, until his four symphonies began to be recorded at the close of the 20th century. His vaderlandische legende ("patriotic legend") for chorus, orchestra and organ, De Vliegende Hollander ("The Flying Dutchman"), Op. 70 (1874) was described in 1904 as frequently performed, in Le guide musical, reviewing a concert with a performance of the ballad, in The Hague. (Wikipedia). KEYWORDS:netherlands/photo. Seller Inventory # 56956

More information about this seller | Contact this seller 21.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 22 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, wrappers. Daniël de Lange (Rotterdam, 11 juli 1841 - Point Loma, Californië, 31 januari 1918 ) was een Nederlands musicus, actief als componist, koordirigent, pianist, organist, organisator, muziekpedagoog en muziekcriticus. Daniël de Lange en zijn oudere broer Samuel de Lange jr. (1840-1911), pianist en organist, waren de zoons van de Rotterdamse musicus Samuel de Lange sr. (1811-1884) en Johanna Molijn. Daniël trouwde op 5 augustus 1869 met Alida Maria Wilhelmina (Lide) van Oordt, wier zus tegelijk trouwde met zijn broer Samuel. Zij kregen twee zoons en vier dochters, waarvan er een jong stierf. Na Lide's overlijden op 28 april 1910 hertrouwde De Lange op 6 juli 1911 met de zangeres Anna Maria Gouda. De eerste muzieklessen kreeg De Lange van zijn vader. Gedurende het begin van zijn loopbaan stond Daniël vooral te boek als uitmuntend cellist. Hij studeerde in Rotterdam bij Simon Ganz (cello) en Johannes Verhulst (muziektheorie) en later in Brussel bij Adrien François Servais (cello) en Jacques-Nicolas Lemmens (orgel). Concertreizen brachten hem tot diep in Oost-Europa. Op voorspraak van Karol Mikuli gaven beide broers in de jaren 1860-1863 les aan het conservatorium van Lemberg. Daniël was pas 19 jaar oud op het moment van zijn aanstelling. Na een kort verblijf in Rotterdam verplaatste hij zijn werkterrein naar Parijs, waar hij vooral werkte als organist, componist en pianoleraar. Hij raakte bevriend met tal van beroemde artiesten als Stephen Heller, Lalo, Berlioz, Massenet en Bizet. Tot zijn privéleerlingen behoorde Ernest Chausson. In deze Parijse periode schreef Daniël onder meer symfonieën, liederen en koorwerken, waaronder het dubbelkorige Requiem (1868). In 1870 keerden Daniël en Lide, min of meer gedwongen door de Frans-Duitse Oorlog, terug naar Nederland. Hij gaf weer les en opende een muziekschool in Zaandam. Ook was hij was de eerste 'officiële' muziekcriticus in Nederland door zijn aanstelling bij Het Nieuws van de Dag. De Lange was een vlijtig organisator en een zeer succesvol koordirigent. Hij speelde tientallen jaren een vooraanstaande rol in de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst en de Vereeniging voor Nederlandsche Muziekgeschiedenis. Samen met Johannes Messchaert, Frans Coenen en Julius Röntgen richtte hij in 1884 het Amsterdamsch Conservatorium op, waaraan hij les gaf en waarvan hij in 1895 directeur werd. Met het Nederlandsch A Capella Koor dat hij in 1881 had opgericht en waarvan onder anderen Johannes Messchaert, Aaltje Reddingius, Arnold Spoel en zijn latere tweede vrouw Anna Maria Gouda lid waren, reisde hij door heel Europa. Hij vierde grote triomfen met Nederlandse renaissancemuziek, die tot die tijd slechts onder het stof lag. Ook in tal van andere opzichten toonde De Lange zich een pionier. Zo verrichtte hij uitvoerig onderzoek naar de Oosterse gamelanmuziek en publiceerde hij tal van educatieve en pedagogische werken. Door al die activiteiten raakte het componeren op de achtergrond. In de laatste jaren van zijn leven kwam hij onder de invloed van de inzichten van Madame Blavatsky en hield hij zich bezig met de theosofie. Hij verhuisde in 1914 met zijn tweede vrouw naar het hoofdkwartier van de Theosophical Society in Point Loma in Californië. Ook daar hield hij zich bezig met educatieve muziekprojecten. In het boekje Thoughts on Music[1] zette hij zijn nieuwe inzichten uiteen. Daniël de Lange stierf in 1918 in Point Loma. Zijn compositorisch oeuvre is niet groot, zeker in vergelijking met dat van zijn broer Samuel jr., en een deel is onvindbaar. Dit geldt voor de opera De val van Kuilenburg en de tweede symfonie in D majeur. Wat er wel is overgebleven, is zeer de moeite waard: onder meer diverse liederen, koorwerken, de eerste symfonie in c mineur op. 4 en een celloconcert. Meer dan zijn conservatievere broer stond hij open voor de nieuwe invloeden van Berlioz, Wagner en Liszt. Twee liederen van De Lange, Het muizeke (tekst G. Antheunis) en Hollands zee (W. Zaalberg) werden opgenomen in de populaire liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee. Op cd verschenen onder meer de eerste symfonie en het Requiem, waarvan de opname van het Nederlands Kamerkoor bekroond werd met een Edison. (Wikipedia). KEYWORDS:netherlands. Seller Inventory # 61003

More information about this seller | Contact this seller 22.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 65.58
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 8 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Catharina (Cateau) Esser (Amsterdam, 24 september 1858 - aldaar, 1 juli 1923) was een Nederlandse concertzangeres, zangpedagoge en directrice en artistiek leidster van de Vereeniging tot Beoefening van Vocale en Dramatische Kunst. Ze was de enige dochter van Rutgerus Hermanus Esser (1801-1864), gouverneur op Curaçao, en zijn tweede vrouw, de officiersdochter Maria Wilhelmina Rutten (1816-1905), en is vernoemd naar haar vaders eerste vrouw, Catharina Schotborgh, die op 28 november 1856 overleed. In april 1860 verhuisde het gezin naar Warmoesstraat 8. Volgens haar biograaf Viotta liet ze daar al zien dat 'liefde en aanleg voor de muziek haar aangeboren zijn'. Op haar zesde overleed haar vader. Met haar moeder verhuisde ze in mei 1867 naar Oudezijds Voorburgwal 224 en in juli 1868 naar Lijnbaansgracht 113. Van haar moeder kreeg ze thuis zang- en pianolessen, op voorwaarde van 'aanhoudende studie en strenge plichtsvervullig'. Haar buurman, de vice-consul van Frankrijk, Charles Louis Marie Godefroy Philbert, stimuleerde haar ontwikkeling. Via hem maakte Esser kennis met Joseph A. Verheyen, organist aan de kerk van Antonius van Padua, die haar piano-, zang, harmonie- en orgelles gaf. Na haar zeventiende zong ze in het koor van de Maatschappij tot bevordering van de Toonkunst, waar de componist Johannes Verhulst haar opmerkte. Vervolgens kreeg ze les van Daniël de Lange. Na verloop van tijd adviseerden Verhulst en De Lange haar echter naar het Dr. Hoch s Konservatorium van Frankfurt te gaan. Hoewel haar moeder hier aanvankelijk niets voor voelde, vertrokken ze op 8 september 1879 toch naar Frankfurt. In Frankfurt kreeg Esser zangles van Professor Julius Stockhausen, pianoles van Carl Heymann en harmonieles van Franz Magnis Böhme. In 1882 vertrok ze met haar moeder naar Parijs om aanvullende lessen te volgen bij Pauline Viardot. Daarnaast volgde ze toneellessen aan het conservatorium aldaar. Na voltooiing van haar studie keerde ze in 1883 terug naar Nederland, waar ze zich op 15 mei inschreef aan Tesschelschadestraat 21. Hierna begon ze haar carrière als alt-soliste. Ook trad ze een enkele keer op als dirigente, zoals op 13 maart 1889 tijdens een concert van een vrouwenkoor in het Concertgebouw. Op 5 mei 1891 verhuisde ze met haar moeder naar Vondelstraat 72, waar ze een zangschooltje begon. In maart 1894 begon ze haar cursus toonvorming. Gaandeweg ontstond het idee een school voor zang- en toneelkunst op te richten. Na het vinden van een financier werd op 2 december 1895 de Vereeniging tot Beoefening van Vocale en Dramatische Kunst opgericht. Naast Esser bevonden zich onder de oprichters o.a. H.P. Berlage, D. Croll, P.J.H. Cuypers en zijn vrouw A. Cuypers-Alberdingk Thijm, J. Israëls, G. Kalff, H.W. Mesdag, J.L. Pierson en Geo en Thérèse Schwartze. Het hoofddoel van de vereniging was 'aan allen, die voor zichzelve een applicatieschool wenschen te doorloopen om hunne verkregene bekwaamheid in vocale en dramatische kunst in praktijk te brengen, daartoe de gelegenheid open te stellen'. De lessen die de vereniging organiseerde vond aanvankelijk bij Esser thuis plaats. In 1897 kocht ze een pand aan de Weteringschans 101, dat op 24 september 1897 officieuze geopend werd. Het pand liet ze in 1899 door architecten D.J. Nijland en C.L. van Kesteren verbouwen tot concertzaal in sierlijke art-nouveau-stijl. Ook verwierf ze het ernaast gelegen woonhuis op nummer 103, dat ze door dezelfde architecten liet verbouwen om er samen met haar moeder in te gaan wonen. Esser verzorgde vanaf de oprichting van de vereniging in 1895 een groot deel van de lessen. Ze gaf les in ademhaling, stemvorming, zang, uitspraak van buitenlandse talen, declamatie, rollenstudie en spel-ensemble. Vanaf 1900 leidde ze de kunstcursus, de compositiecursus, de elementaire afdeling en de ensemble-club. Haar functie was vanaf het begin directrice en artistiek leidster, hoewel ze alleen voor haar gegeven lesuren salaris ontving. Naast lesgeven verzorgde ze ook voordrachten voor leerlingen en organiseerde ze elke maandagavond soirees. Op 2 december 1920 werd het 25 jarig jubileum van de vereniging gevierd. Het jubileumcomité onder leiding van burgemeester Tellegen slaagde erin een Cateau Esserfonds op re richten om onvermogende leerlingen de gelegenheid te geven lessen te volgen bij de vereniging. Na 1920 gaat het bergafwaarts met de vereniging, omdat het aantal gevorderde leerlingen sterk afneemt. Nog voor haar dood stond het gebouw te koop. Esser overleed op 64-jarige leeftijd en werd begraven op begraafplaats Zorgvlied. (Wikipedia). KEYWORDS:netherlands. Seller Inventory # 61005

More information about this seller | Contact this seller 23.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 76.52
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 22 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Gustaaf (Gustav) Adolf Heinze (Leipzig, 1 oktober 1821 - Muiderberg, 20 februari 1904) was een Duits-Nederlandse componist en dirigent, die zijn loopbaan in Leipzig begon, maar vervolgens bijna vijftig jaar in Nederland woonde. Heinze werd op 1 oktober 1821 te Leipzig geboren met als doopnamen Gustav Ferdinand Gotthold. Om onbekende redenen hield hij echter 1820 als geboortejaar aan. Circa rond 1845 nam hij de artiestennaam Gustav Adolph Heinze aan. Slechts in officiële stukken hanteerde hij zijn doopnamen. Gustaaf was de zoon van Ferdinand Heinze, eerste klarinettist in het Stadttheater und Gewandhaus-Orchester, en kreeg als 15-jarige een plaats in het Leipziger Gewandhausorkest waar Felix Mendelssohn Bartholdy op dat moment dirigent was. Zijn grootvader van moeders kant August Löwe gaf hem celloles en hij kreeg onderwijs in het pianospel van W. Haake en in compositie van Kotte en Carl Gottlieb Reißiger. Heinze trad op 15 november 1838 op in een concert van de pianiste Clara Wieck, later de echtgenote van Robert Schumann, waarin Heinze variaties voor klarinet van Barmann speelde. Hij componeerde in deze tijd een Adagio voor klarinet en voerde het ook zelf uit. Spoedig daarop nam hij afscheid van het klarinet- en orkestspel om zich alleen aan de compositie en het dirigeren te kunnen wijden. In 1844 werd Heinze tweede dirigent van het theater in Breslau. Hij trouwde met Henriëtte Brüning, een dichteres, bekend onder haar pseudoniem Henriette Berg, die hem de teksten leverde voor twee opera's, Loreley en Die Ruine von Tharand, waarvan de eerste in 1846 in Breslau en de andere in 1849 in Leipzig werd opgevoerd. Bij een schouwburgbrand gingen deze werken verloren; van Die Ruine von Tharand bleef alleen de Ouverture, Fackeltanz en de Finale bewaard. In 1850 kwam Heinze met zijn operagezelschap naar Amsterdam. Al spoedig spatte het operagezelschap echter uiteen omdat de penningmeester er met de kas vandoorging. Heinze werd nu muziekdirecteur te Amsterdam en componeerde onder meer Die Auferstehung, Sancta Caecilia en Vincentius de Paulo. In 1852 werd hij directeur van de Liedertafel Euterpe, de in 1848 opgerichte Amsterdamse mannenzangvereniging, en bracht die tot grote bloei. In 1857 werd hij benoemd tot directeur van de jaarlijkse concerten van Vincentius de Paulo en voerde hij niet alleen zijn eigen composities maar ook die van andere Nederlandse componisten op, onder meer in de door hem opgerichte zangvereniging Excelsior. In 1875 richtte Heinze de Nederlandse Toonkunstenaars-vereniging op, waarvan hij ondervoorzitter en bestuurder werd. Heinze werd begiftigd met vele onderscheidingen van allerlei aard. Heinze schreef muziek in allerlei genres, van orkestwerken tot kamermuziek, koorwerken en liederen. Na zijn komst naar Nederland schreef hij ook vocale muziek op Nederlandse teksten, zoals de cantate Een Meiavond, opus 43 en de kindercantate Een dag naar buiten, opus 78. Veel van zijn muziek wordt niet meer uitgevoerd. Zijn Concertstuk voor klarinet en orkest is op cd verschenen. (Wikipedia). KEYWORDS:netherlands/germany/photo. Seller Inventory # 56959

More information about this seller | Contact this seller 24.

DEUTMANN & Zn.

Used

Quantity Available: 1

From: Krul Antiquarian Books (Hoofddorp, Netherlands)

Seller Rating: 3-star rating

Add to Basket
£ 76.52
Convert currency
Shipping: £ 26.53
From Netherlands to U.S.A.
Destination, rates & speeds

About this Item: Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1892. Original phototype, 14,7 x 10,5 cm on original mount, lichtdruk Emrik & Binger, Haarlem, with 24 pages text by Henri Viotta, musical notes and list of works, folio, modern wrappers. Samuel de Lange jr. (Rotterdam, 22 oktober 1840 - Stuttgart, 7 juli 1911) was een Nederlands componist, conservatoriumdirecteur, organist, pianist, dirigent, organisator en muziekpedagoog. Zijn vader Samuel de Lange sr. en zijn iets jongere broer Daniël de Lange waren ook bekende musici. Samuel de Lange jr. studeerde onder meer orgel bij Alexander Winterberger (leerling van Liszt) en piano bij Karol Mikuli (leerling van Chopin). Compositielessen volgde hij bij Johannes Verhulst en Berthold Damcke. Zijn buitengewoon arbeidzame leven speelde zich af in vele verschillende landen en steden. Zo toerde hij in zijn tienerjaren als pianist van de beroemde cellovirtuoos Adrien François Servais en van zijn broer Daniël (eveneens cellist) door Oost-Europa. Tussen zijn 20ste en 23ste levensjaar (1860-1863) was hij pianodocent aan het conservatorium van Lemberg, het huidige Lvov (Oekraïne). Daarna keerde hij terug naar Rotterdam, maar al snel vertrok hij weer naar het buitenland. Achtereenvolgens woonde en werkte hij in Bazel, Parijs, Keulen en Den Haag om zich uiteindelijk definitief te vestigen in Stuttgart, waar hij directeur werd van het conservatorium. De Lange was bevriend met tal van beroemde componisten uit de tweede helft van de 19e eeuw, zoals Johannes Brahms, Max Bruch en Max Reger. Hij droeg werken op aan bekende musici als Friedrich Grützmacher (1e celloconcert) en Hugo Becker (2e cellosonate), Charles-Marie Widor en Johannes Brahms. De Lange toonde zich, evenals zijn broer Daniël, in tal van opzichten een pionier op muziekgebied. Zo was hij samen met zijn vader Samuel de Lange sr. nauw betrokken bij de oprichting van de Nederlandse Bachvereniging en voerde hij zowel in Keulen, Bazel als Stuttgart diverse onderwijshervormingen door. Ook gaf hij de première van het 1e pianoconcert van Brahms in Nederland. Samuel de Lange jr. stierf op 70-jarige leeftijd in zijn woonplaats Stuttgart. In zijn uitgebreide compositorische oeuvre ontwikkelde De Lange zich via invloeden van onder andere Bach en Beethoven naar een geheel eigen stijl. Zijn vroegere werken tonen veel verwantschap met Schumann en Mendelssohn. In latere werken vinden we meer overeenkomst met Brahms. Zijn oeuvre omvat ruim 800 werken, waaronder dertien strijkkwartetten, vele orgelwerken, drie celloconcerten, twee piano- en vioolconcerten, een altvioolconcert, vier pianosonates, vier vioolsonates, drie cellosonates, vijf pianotrio's, een piano- en een strijkkwintet en honderden vocale werken voor uiteenlopende bezettingen. Voorlopig is nog slechts een bescheiden hoeveelheid werken op cd/lp verschenen, waaronder twee cellosonates, diverse orgelwerken, verschillende liederen en een handvol pianowerken. Min of meer 'berucht' is De Lange nog steeds vanwege zijn Tägliche Übungen im Pedalspiel: een oefenboek voor het pedaalspel voor organisten. (Wikipedia). KEYWORDS:netherlands. Seller Inventory # 61004

More information about this seller | Contact this seller 25.

Results (1 - 25) of 25